Censuurmaatregel; Gemeenten grijpen wel erg snel naar noodrecht

Dertig inwoners van het Brabantse Heesch gaan die maandagavond met pamfletten de straat op. Sommige pamfletten roepen op tot demonstreren, donderdag, als de gemeenteraad besluit over de komst van een azc in de buurt. „Laat je horen.” De inwoners plakken op bomen, lantaarnpalen, de bibliotheek. Een van hen moet het gemeentehuis doen. „Die pak ik wel”, zegt Henri. Als hij met zijn 15-jarige zoon aan het plakken is, betrapt een agent hen. Na wat „duw- en trekwerk” wordt hij in de boeien geslagen.

Woensdag krijgen hij en zijn zoon een brief van de burgemeester: Door het aanplakken hebben ze „opgeroepen” tot demonstreren, en dat mag niet in Heesch waar vanwege eerdere ongeregeldheden een noodverordening geldt. De twee maken zich schuldig aan verstoring van de openbare orde en de burgemeester legt hun een gebiedsverbod op, samen met drie andere ‘aanplakkers’. Allen mogen van 18 februari 13 uur tot 19 februari 8 uur, rondom de raadsvergadering, het dorp niet in.

„Verkapte dictatuur”, vindt Henri. „Een burgemeester snoert mij de mond. Ik moet toch mijn mening kunnen geven?…

…Met groeiend gemak halen burgemeesters de noodverordening uit hun gereedschapskist, constateert Henny Sackers, hoogleraar sanctierecht aan de Radboud Universiteit. Dan geldt plots het staatsnoodrecht, bedoeld voor zeer uitzonderlijke situaties – bovenregionale rampen, zoals met Chemiepack. „Je moet je afvragen of ook uit de hand gelopen discussieavonden daaronder vallen.”

Met hetzelfde groeiende gemak strooien burgemeesters met gebiedsverboden. De bepaling, ooit bedoeld voor hooligans, word nu opgelegd aan stalkers, pedofielen, zorgmijders, verdachten van huiselijk geweld. Terecht? Sackers: „Dit zijn zware inperkingen van onze grondrechten. Het gaat om vrije bewegingsruimte, vrije meningsuiting. Een rechter zou dat moeten toetsen: is de straf proportioneel? Is er wel een wettelijke grondslag? Maar in de praktijk beslist een burgemeester. Die is niet onafhankelijk.”

Burgers die in beroep gaan, krijgen van de rechter vaak gelijk: de straf was te zwaar. „Alleen, bijna niemand gaat in beroep. Het duurt lang, er is niets meer te winnen.” Daardoor, zegt hij, voelen burgemeesters steeds meer ruimte te grijpen naar de zwaarste middelen.

Bron

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *