De EU: een unie die geen unie was, is of zal worden

‘Wie niet himmelhoch jauchzend de euro promootte werd als een gevaarlijke gek gekwalificeerd’

Europa is van oudsher een lappendeken van republieken en koninkrijkjes die elkaar met enige regelmaat de hersens inslaan. Dat komt, in een notendop, omdat soevereine staten, met elk hun eigen taal, cultuur en staatsinrichting, als haringen in een ton op elkaar zitten gepakt. Om toekomstig onheil te voorkomen werd na de Tweede Wereldoorlog een voorzichtig begin gemaakt met de Europese eenheidsgedachte, die aanvankelijk gestalte kreeg in een economische unie en geleidelijk aan ook op bestuurlijk en politiek niveau handen en voeten kreeg. 

Dat streven naar eenheid mondde op 1 januari 2002 uit in de euro. Alle landen van de Europese Unie adopteerden in jubelstemming dezelfde munteenheid en nog meer dan daarvóór werd het lidmaatschap van de EU een statussymbool. Ook Griekenland mocht de drachme – ondanks een massieve boekhoudfraude- naar de geschiedenisboeken verwijzen.

Grieks bedrog

Het Griekse bedrog was in 2004 al kristalhelder, zeker nadat een EU-delegatie naar Athene was afgereisd om daar te constateren dat men de Europese kluit op grote schaal had belazerd. Sancties volgden er niet. De Europese eenheidsgedachte mocht in geen geval gecompromitteerd worden. Een hoge ambtenaar ervoer dat aan den lijve. Hij stelde in het najaar van 2004 voor om een strafrechtelijk onderzoek tegen de Griekse oplichters te starten, waarop hem door zijn politieke bazen te verstaan werd gegeven dat hij zijn mond diende te houden omdat hij zich anders kon melden bij het plaatselijke arbeidsbureau.

Later bleek Griekenland volledig failliet en moest het met enorme Europese kapitaalinjecties op de been worden gehouden. Was Griekenland een gezin geweest dat in vergelijkbare financiële problemen was geraakt, had het zich allang totaal berooid teruggevonden op een camping. Maar ja, Griekenland is een land en zulke grote campings zijn er niet.

14 jaar euro, niks positiefs

Toch heeft niemand om de euro gevraagd, behalve Frankrijk. De socialistische president Mitterand ergerde zich aan de macht van de Bundesbank en de hardheid van de Duitse mark. In 1991 slaagde hij er in om Duitsland de mark afhandig te maken. Bondskanselier Kohl hechtte grote waarde aan de vriendschap met Frankrijk en gaf Mitterand zijn felbegeerde euro, in ruil voor diens goedkeuring aan de Duitse eenwording na de val van de Berlijnse Muur. Al gauw werd de euro hét symbool van die andere, Europese eenwording. Wie niet himmelhoch jauchzend de euro promootte werd als een gevaarlijke gek gekwalificeerd, waarbij Kohl niet schroomde om doemscenario’s als oorlog en anarchie te schetsen.

Als we nu echter veertien jaar euro overzien, valt er niet veel positiefs over te melden. De consument wordt geconfronteerd met forse prijsstijgingen op eerste levensbehoeften en labiele Zuid-Europese economieën blijken de euro helemaal niet te kunnen ‘betalen’. Ze zakken allengs dieper in het financiële moeras, waardoor immense reddingsoperaties nodig zijn, want de euro moet en zal blijven bestaan en niemand mag eruit. “We krijgen elke cent terug”, loog onze nationale knuffelminister Jan-Kees de Jager in 2010.

SP en PVV gaan hoge ogen gooien bij verkiezingen

Tegelijkertijd maakte werkgeversvoorzitter Bernard Wientjes ons met niet aflatende ijver wijs dat een uittreding rampzalige gevolgen zal hebben voor de Nederlandse economie. Evenals in de apocalyptische teksten van het Centraal Planbureau ontbreekt ook in Wientjes’ betogen een overtuigende onderbouwing. We hoeven maar te kijken naar Engeland, Zweden, Zwitserland, Denemarken en Noorwegen om te kunnen vaststellen dat op die rampscenario’s het een en ander valt af te dingen. Ook nu nog worden voorstanders van een ontmanteling van de euro door de eurofielen weggezet als wegbereiders naar een totale collaps van de Europese beschaving.

Toch is het leeuwendeel van de Europese bevolking de euro meer dan zat, hetgeen in toenemende mate zijn weerslag zal vinden in verkiezingsuitslagen. Ook een groot deel van de Nederlandse kiezer ziet er geen heil meer in, waardoor de SP en de PVV, bij uitstek partijen die inspelen op anti-EU-sentimenten, hoge ogen zullen gooien bij de aanstaande Tweede Kamerverkiezingen. De praktijk wijst uit dat anti-EU-partijen zich vrijwel zonder uitzondering in het uiterst linkse of het uiterst rechtse segment van het politieke spectrum bevinden.

Mythe van door euro toegenomen levensstandaard

Die Nederlandse kiezer kreeg zelfs bijval uit onverwachte hoek. DNB-directeur Job Swank stelde in eenVolkskrant-interview in 2012 dat de euro ons niets heeft opgeleverd. Het reële beschikbare inkomen van de gemiddelde Nederlander is volgens Swank sinds 2000 alleen maar gedaald en hij rekende daarmee eigenlijk af met de zorgvuldig gekoesterde mythe van een door de euro toegenomen levensstandaard.

De Europese munt heeft niet alleen een verdeeld Europa opgeleverd, maar ook een toenemende polarisering van nationale politieke landschappen en een stagnerende welvaart. Die onrust wilde men met een verenigd Europa en een Europese munt nou net zien te voorkomen. Dat is ironisch en tragikomisch tegelijk. Bij zijn introductie werd de euro nog bejubeld als een project dat nog nergens ter wereld was vertoond. Dat het nog nergens was vertoond omdat het misschien niet zo’n bijster slim plan was, kwam in die hoofden niet op.

Uiteenvallen van EU

Een monetaire unie zonder sterke bestuurlijke unie is vragen om problemen. De Europese lappendeken is te geschakeerd om ooit tot een Verenigde Staten van Europa te komen. De uittreding van het Verenigd Koninkrijk is waarschijnlijk slechts een voorbode van het naderende uiteenvallen van de Europese Unie, die nooit een unie is geweest en er ook nooit een zal worden.

Bron

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *