Het alternatieve scheppingsverhaal van de mensheid en de occulte wortels van het nazi-rijk

Hoog in de Himalaya leven volgens een oude Aziatische legende de ware vorsten van deze wereld. In het oud-Indische sanskriet worden zij de mahatma’s genoemd, de ‘grote zielen’. Ze zijn ontsnapt aan het samsara, het eeuwig draaiende wiel van dood en wedergeboorte. Ze zijn voorbij de limieten die de materie aan gewone stervelingen stelt.

Ze onderhouden volgens de legende interplanetaire contacten met de ruimtewezens die eens hun sporen nalieten op de aarde en aldus de keten van de mensheid in gang zetten, buiten de materie om, langs ‘astrale’ weg, als het ware opgelost in een wolk van losstaande atomen, regeren zij als de oude Griekse goden over de elementen en de mensheid.

Blavatsky

Lang bleef de kennis die in Tibet geconcentreerd was, verborgen voor de buitenwereld. Pas in het midden van de 19e eeuw slaagde een westerling erin contact te leggen met twee van deze meesters. Het was de Russische theosofe Helena Anna Petrovna Blavatsky, die een geheel nieuwe zwaai zou moeten geven aan de geschiedenis van de mensheid.

Blavatsky, de oermoeder van de new age, werd in 1831 geboren in de stad Jekaterinoslav (Dnjepropetrovsk). Haar vader was de zoon van een prinses uit het Duitse groothertogdom Mecklenburg en van moederskant ging haar stamboom terug tot groothertog Roerik, de eerste heerser van Rusland.

Haar uitgangspunt was dat alle oude religies ieder op hun eigen manier dezelfde occulte en mystieke boodschappen doorgaven en dat er een goddelijk veld bestond dat via muziek, wijn, cannabis, dans of meditatie door mensen kon worden bereikt.

Dwars door alle religies heen regeerde een geheim verbond over de materie, bestaande uit onder meer de eerste kruisridders en mystiek-christelijke genootschappen als de Rozenkruisers en de vrijmetselaars. De moderne wetenschap was blind voor deze andere bestaansdimensies, waarvan ieder mens toch iets bevroedde.

Blavatsky stelde dat er een nieuwe tijd in aantocht was, het Aquariustijdperk, waarin alle onderlinge menselijke twisten zouden verdwijnen, evenals de dwingelandij van kerk en staat die zo kenmerkend was voor het Vissentijdperk waarin zij leefde. Ze zou als klein meisje zijn ‘bezocht’ door een soort geest, die in feite een heilige man uit de Himalaya was en die zij later ook in levenden lijve zou ontmoeten.

Zeven wortelrassen

In 1888 publiceerde Blavatsky een alternatief scheppingsverhaal van de mensheid. Dat bestond volgens haar uit zeven ‘wortelrassen’, gebonden aan even veel continenten. Het eerste ras traceerde ze miljoenen jaren terug op de Noordpool. Op die ijskorst vertoefden wezens zonder fysiek lichaam, geheel ‘etherisch’. Dit eerste wortelras kon sterven noch gewond raken.

Het tweede wortelras ontstond iets zuidelijker, op een continent dat zich zou hebben uitgestrekt van Groenland tot Kamtsjatka. Deze ‘hyperboreeërs’ waren de eerste pogingen van de materiële natuur om menselijke lichamen te scheppen.

Lemuria was de naam van het derde continent in de geschiedenis van de mensheid volgens Blavatsky. Het bestond zo’n 18 miljoen jaar geleden en reikte van de Indische Oceaan tot Australië. Dit was het eerste wortelras met echt menselijke trekken.

Nadat ook Lemuria was vergaan, vestigden de overlevenden zich in Atlantis. Dit was een half verzonken continent in de Atlantishe Oceaan, niet te verwarren met het verzonken rijk waar Plato vier eeuwen voor Christus over sprak. Dit was begiftigd met telepathische krachten, samengebald in een zogeheten ‘derde oog’. Hier ontstond voor het eerst een scheuring tussen goed en slecht, tussen rechtvaardigen en onrechtvaardigen.

Atlantis ging zo’n 850.000 jaar geleden aan aardbevingen en vloedgolven ten onder, waarna de lichtdragende tak van de stam zich via Scandinavië en Centraal Europa naar Azië begaf, met als middelpunt de toen nog uiterst vruchtbare Gobi-vlakte.

Zo ontstond het vijfde wortelras, dat van de Ariërs, waarmee Blavatsky was gearriveerd bij de huidige tijd. Nog twee wortelrassen zullen volgen eer de menselijke evolutie tot een harmonieus eindpunt zal komen.

Agartha en Shambhala

Tibet, India en Perzië waren volgens de theosofische leer de bakermat van het Arische ras, met als centra twee verborgen plekken in de Himalaya, te weten Agartha en Shambhala. Deze locaties werden aangeduid als aan elkaar tegengestelde bronnen van enorm telepathisch vermogen, direct gelieerd aan mysterieuze buitenaardse intelligenties.

Het symbool van Agartha was het rechtsdraaiende hakenkruis, in het sanskriet swastika, waarvan de vier armen naar links wijzen zodat het kruis denkbeeldig meedraait met de rotatie van de aarde. Shambhala had als symbool het linksdraaiende hakenkruis, waarvan de armen naar rechts wijzen en dus tegen de rotatie van de planeten indraait.

Het hakenkruis werd onder regie van tsarina Alexandra ingevoerd aan het hof van de laatste Russische tsaar Nicolaas II. Het oudste hakenkruis zou in Transsylvanië zijn gevonden en zou dateren uit het stenen tijdperk. Over de hele wereld treft men het in grotten of gekerfd in stenen aan. Het is gevonden in IJsland, Scandinavië en zelfs op de Waddeneilanden. In de vierde eeuw voor Christus dook het teken op in India, Perzië en Tibet en 800 jaar later verscheen het ook in China en Japan.

Thule-Gesellschaft

Ook Adolf Hitler was erg geïnteresseerd in het symbool en het occulte in het algemeen. De op 20 april 1889 in Braunau am Inn geboren zoon van douanier Alois Schicklgruber en diens nicht Klara Poelzl stamde uit een streek die al van oudsher was vergeven van mediums, zieners en andere mystici.

In The Spear of Destiny laat de Britse historicus Trevor Ravenscroft de Weense filosoof Walter Stein aan het woord, die beweerde de occulte carrière van Adolf Hitler vanaf het begin te hebben gevolgd. Stein was een gerenommeerd kenner van de esoterische traditie, die net voor de oorlog naar Engeland was gevlucht. Tijdens de oorlog was hij persoonlijk adviseur van Winston Churchill.

Volgens Stein zou Hitler zijn ingewijd in een occulte orde, direct gelieerd aan het besloten netwerk van de beruchte Russische magiër Gurdjieff, die zich nadrukkelijk liet voorstaan op buitenaardse contacten. Met dit inwijdingsproces waren zelfs experimenten met psychedelisch werkende paddenstoelen en andere drugs gemoeid, aldus ex-militair Ravenscroft.

Winston Churchill verbood dat deze materie aan de orde zou komen tijdens de Processen van Neurenberg tegen de oorlogsmisdadigers. Het publiek zou er nog niet klaar voor zijn.

Onder leiding van de Beierse grootmeester van de Orde der Germanen baron Rudolf von Sebotendorff werd het Thule-Gesellschaft opgericht. Thule, vernoemd naar de Germaanse naam voor het Atlantis van Blavatsky, tooide zich met een Shambhala-hakenkruis.

Eind 1918 telde het Thule-gezelschap 1500 leden, onder wie gezaghebbende aristocraten als prins Gustav Franz Maria von Thurn und Taxis. Verwant aan de Thule-ideeën was het streven van het eveneens in Berlijn gevestigde Genootschap van de Vril. Volgens dit genootschap was de controle over de geheime energie van de vril, een in de allerkleinste deeltjes van de materie verborgen superkracht, voorbehouden aan de Ariërs.

Een belangrijk lid van Thule en van het Vril-genootschap was de Beierse generaal Karl Haushofer, die lange tijd in Indië en het Verre Oosten was verbleven. Haushofer, de bedenker van de term Lebensraum, viel op door zijn mediamieke gaven: schijnbaar moeiteloos voorspelde hij het tijdstip van de inslag van granaten, de plaats van vijandelijke aanvallen en het uitbreken van stormen.

Haushofer, de jonge architect Rudolf Hess, Adolf Hitler en Dietriech Eckhart behoorden tot de zeven moderne Teutoonse ridders die in 1919 de NSDAP oprichtten, met het Shambhala-hakenkruis in de vlag.

De ontsnapping van Hitler

De Thule-doctrines werden, naarmate Hitlers machtsbasis verstevigde, steeds meer opgenomen in de nieuwe orde, inclusief de Arisch-wetenschappelijke doctrines als de theorie van de holle aarde van Hans Hörbiger. Het wetenschappelijke SS-bureau Ahnenerbe, voor onderzoek naar de nalatenschap der voorvaderen, werd het occulte studiecentrum van de nazi’s.

Het bureau beschikte over een groter budget dan het Amerikaanse team dat de atoombom ontwikkelde en had infiltranten in alle mogelijke vertakkingen van de internationale occulte en esoterische gezelschappen.

Na de laatste onthullingen uit de KGB-kokers over Operatie Mythos, het onderzoek dat Stalin liet uitvoeren naar Hitlers einde, is lang niet iedereen er meer van overtuigd dat de Führer op 30 april 1945 zelfmoord heeft gepleegd.

Honderd procent uitsluitsel dat het inderdaad de overblijfselen van Hitler waren die in de nacht van 4 op 5 april 1970 door enkele KGB-officieren in Magdenburg werd opgegraven, verbrand en in de wind verstrooid, zal er vrijwel nooit komen.

Wijlen Miguel Serrano, oud-ambassadeur van Chili in India, Joegoslavië en Oostenrijk en lid van tal van aan de VN-gelieerde organisaties, publiceerde in 1984 een 600 pagina’s tellende studie genaamd ‘Adolf Hitler, el Ultimo A vatara’. Volgens Serrano ontsnapte Hitler in 1945 in een vliegende schotel van Duitse makelij. Vanuit een ondergrondse centrale aan de Zuidpool zou hij verder hebben gewerkt aan zijn esoterische plannen.

De diplomaat verdedigde de stelling dat Hitler in het diepste van de aarde plannen maakte om met behulp van hoogontwikkelde nazi-UFO’s het Derde Rijk te voltooien. Serrano nam deel aan een wetenschappelijke missie van de Chileense regering naar Antarctica, om daar op zoek te gaan naar UFO-bases.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *