Hoe Amerika landen ‘per ongeluk’ terug naar het steentijd bombardeert

De mainstream media doen de Amerikaanse luchtaanval waarbij tientallen Syrische soldaten om het leven kwamen af als een vergissing. Ze gaan volledig voorbij aan het feit dat de VS en haar bondgenoten geen recht hebben om in Syrië te opereren.

Na een aantal jaren Syrische rebellengroepen te hebben gefinancierd, lanceerde de VS twee jaar geleden een illegale invasie van Syrië. Hoewel de luchtaanvallen gericht zouden zijn tegen de Islamitische Staat, werden zaterdag Syrische soldaten onder vuur genomen en boekte IS een overwinning.

Toch zien de grote Amerikaanse nieuwsmedia dit niet echt als nieuwswaardig. Ze gaan er gewoon van uit dat Amerikaanse invasies de normaalste zaak van de wereld zijn. De Washington Post schreef maandag dat de verwoestende luchtaanval in Deir el-Zor een ‘vergissing’ was en een bedreiging vormde voor het staakt-het-vuren.

Er werd niet geschreven over het feit dat de VS en haar bondgenoten het Syrische luchtruim routinematig schenden om aanvallen uit te voeren. Ook is het geen schandaal dat het Amerikaanse leger en de CIA Syrische rebellen bewapenen en trainen. Kennelijk heeft de VS het recht om waar dan ook in te grijpen, om welke reden dan ook.

President Barack Obama sprak zelfs openlijk over het uitvoeren van aanvallen in zeven verschillende landen waaronder Syrië. Toch wordt hij in de media ‘zwak’ genoemd omdat hij niet nog meer landen binnenvalt.

Presidentskandidaat Hillary Clinton heeft beloofd de invasie van Syrië uit te breiden. De agressie wordt verbloemd met mooie woorden als ‘veilige zone’ en ‘no-fly zone’. Hoe dan ook betekent dat nog meer dode Syrische soldaten.

Als minister van Buitenlandse Zaken gebruikte Clinton soortgelijke taal om de oorlog in Libië en een ‘regimeverandering’ te rechtvaardigen, die vijf jaar gewelddadige politieke chaos tot gevolg hadden.

Als je in een echt democratisch land zou leven met echte professionele nieuwsmedia, zou je verwachten dat deze ontspoorde supermacht, die vrijwel alle internationale wetten en verdragen aan zijn laars lapt, geregeld het onderwerp zou zijn van discussie en kritiek.

Het rechtvaardigen van ‘regimeverandering’

In plaats daarvan blijven de Amerikaanse mainstream media oorlogspropaganda verspreiden tegen ieder land dat weigert de imperialistische eisen van Amerika in te willigen. Met name de New York Times is veranderd in een propaganda-orgaan.

Op zondag omschreef de krant een bezoek van president Assad aan een plaats die onlangs werd heroverd op de rebellen als volgt: “Assad glimlacht terwijl Syrië brandt. Op de dag na zijn 51e verjaardag hield Bashar al-Assad, de president van Syrië, een zegetocht door de stoffige straten van een verwoest en leeg rebellenstadje dat zijn troepen hebben uitgehongerd.”

“Ondanks dat door Rusland en de VS een staakt-het-vuren is aangekondigd zei Assad dat hij vastbesloten is alle gebieden te heroveren op de terroristen. Met terroristen bedoelt hij iedereen die tegen hem is.”

Het artikel is duidelijk bedoeld om Assad af te schilderen als een sadistisch monster, in plaats van een leider die strijdt tegen een rebellenbeweging die is bewapend en gefinancierd door de VS. Na de Amerikaanse luchtaanval op de Syrische legerbasis, waarbij vele onschuldige mensen om het leven zijn gekomen, neemt de krant opeens een hele andere houding aan en wordt gesproken van een ‘vergissing’.

Valse aanklacht

De krant schreef verder dat Assad ‘burgers heeft bestookt met gas’, terwijl de aanval met saringas op 21 augustus 2013 buiten Damascus nu blijkt te zijn uitgevoerd door rebellen die op die manier de VS meer wilden betrekken bij de strijd.

We leven in een wereld waarin propaganda het debat over het buitenlandse beleid domineert en ook al blijkt achteraf dat er leugens zijn verkondigd om oorlogen in Irak en Libië te rechtvaardigen, de media blijven mensen die vraagtekens zetten bij de laatste lading propaganda wegzetten als ‘apologeten’.

We zijn niet één keer misleid, we blijven misleid worden. De New York Times en Washington Post halen ook fel uit naar de Russische strijd tegen organisaties die worden gefinancierd door de Amerikaanse overheid of miljardair George Soros, die openlijk heeft opgeroepen tot de afzetting van Poetin.

Nergens schrijven beide kranten over de lange geschiedenis van Amerikaanse coups. Al vaak financierde de VS groepen om propaganda te verspreiden en op die manier de geloofwaardigheid van hun leiders te ondermijnen. Het gebeurde in 1953 in Iran (Mosaddegh) en in 2014 in Oekraïne (Janoekovytsj).

Complot

Mensen die doorhebben wat er gebeurt worden door de kranten belachelijk gemaakt, hun denkbeelden afgedaan als een soort paranoïde complottheorie.

Volgens gouverneur van de Russische regio Samara Nikolaj Merkoesjkin worden de economische problemen in Rusland niet veroorzaakt door westerse sancties, maar door een complot van president Obama en de CIA om Rusland te ondermijnen. De oppositie wordt betaald door de Amerikaanse overheid, die ook verantwoordelijk is voor de instorting van de olieprijs en de opkomst van Islamitische Staat, zei hij.

Hoewel de New York Times Merkoesjkin belachelijk probeert te maken, berusten zijn uitspraken grotendeels op waarheid. Het moge inmiddels duidelijk zijn dat de Amerikaanse overheid op allerlei manieren probeert een ‘regimeverandering’ af te dwingen in Moskou.

Als de VS de Oekraïense president Janoekovytsj afzet, wordt er gesproken van een ‘legitieme coup’, maar als de Krim besluit zich af te scheiden van Oekraïne om zich weer bij Rusland te voegen, is er ineens sprake van een ‘Russische invasie’, terwijl de Russische soldaten al die tijd al op de Krim waren gestationeerd.

De door Amerika gesteunde pogingen om het verzet in het oosten van Oekraïne de kop in te drukken, waarbij vele duizenden Oekraïeners zijn omgekomen, werden bestempeld als ‘anti-terreuroperatie’, terwijl Russische hulp aan rebellen in de media wordt gezien als ‘agressie’.

De Amerikaanse media vinden het niet vreemd dat hun overheid in Verweggistan luchtaanvallen uitvoert en daarbij onschuldige mensen doodt, maar roepen moord en brand op het moment dat Rusland hulp verleent aan etnische Russen die aan de grens met Rusland worden aangevallen.

Geen coup?

De New York Times concludeerde dat er geen coup is geweest in Oekraïne. De krant negeerde het telefoongesprek tussen onderminister van Buitenlandse Zaken Victoria Nuland en de Amerikaanse ambassadeur Geoffrey Pyatt over wie de nieuwe leider van Oekraïne moest gaan worden.

Het bewijs voor de coup was zo overweldigend dat zelfs George Friedman, oprichter van Stratfor, in een interview zei dat de afzetting van Janoekovytsj ‘het meest flagrante voorbeeld van een coup ooit was’.

Als Russische hackers duistere zaken van prominente Amerikanen onthullen, wordt de aandacht vooral gericht op de hackers en niet zozeer op de duistere zaken. De mainstream media blijven volhouden dat het Russische volk Poetin niet echt steunt, terwijl uit peilingen blijkt dat tot wel 80 procent van de Russen hem steunt.

Volgens de New York Times moet Poetins populariteit een soort truc zijn, een geval van totalitaire onderdrukking van het Russische volk waar alleen iets aan kan worden gedaan met geld van Soros.

De realiteit is dat de New York Times, de Washington Post en andere grote Amerikaanse kranten met twee maten meten: één voor ‘vijanden’ en één voor de Amerikaanse overheid. Ze mogen dan beweren dat Assad een tiran is, maar hoe zit het dan met al die Amerikaanse leiders en journalisten aan wiens handen het bloed van miljoenen Irakezen, Afghanen, Jemenieten, Syriërs en Somaliërs kleeft?

[Common Dreams]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *