Journalist legt haarfijn uit waarom terreur het gevolg is van westerse interventies in het Midden-Oosten

Sinds 11 september 2001 greep het Westen in zeven islamitische landen in. In al die landen is het sindsdien slechter geworden. De Duitse journalist Michael Lüders concludeert dat het Westen zijn eigen monsters heeft gecreëerd. Volgens hem verdient Islamitische Staat dan ook het label ‘Made in USA’.

Lüders scoorde met zijn boek Wie wind zaait een heuse bestseller. Zijn striemende aanklacht tegen de westerse interventie in het Midden-Oosten leest als een trein. Hoe graag we onszelf ook wijsmaken dat we opkomen voor democratie en mensenrechten, in werkelijkheid zijn we alleen geïnteresseerd in geopolitieke belangen en olie. En als we daarvoor miljoenen levens moeten opofferen? Dan is dat jammer.

Als beginpunt van de tragische westerse politiek in het Midden-Oosten noemt de politicoloog en islamwetenschapper de afzetting van de democratisch gekozen Iraanse premier Mossadegh in 1953. Die wilde indertijd de Iraanse olie-industrie nationaliseren, tot grote ergernis van de Verenigde Staten en Groot-Brittannië.

Hand in eigen boezem

Het Westen zette Mossadegh af in een door de CIA geleide coup, waarna een scala aan gebeurtenissen in Iran in gang werd gezet, met als dieptepunt de Islamitische Revolutie van 1979. Sinds dat jaar is Iran een theocratisch geregeerd land.

Zodra Mossadegh verdwenen was, bracht de CIA sjah Mohammad-Reza Pahlavi weer in het zadel. Die was één van de trouwste bondgenoten van de VS. Hij bewaakte zijn positie door alle rijkdom met een beperkte elite te delen, waardoor bij de gewone Iraniërs de frustraties groeiden.

Wurgend sanctieregimeIn het Westen is het volk steeds voorgehouden dat de revolutie was te wijten aan de radicale sjiitische islam. Lüders neemt het de westerse leiders zeer kwalijk dat ze zoveel moeite hebben de hand in eigen boezem te steken.

Hij noemt nog een aantal andere, goed gedocumenteerde voorbeelden die de omstreden politiek van het Westen aantonen. Zo steunde de VS jihadisten in Afghanistan, die zich later tegen de VS keerden.

In Syrië volgde de VS het patroon uit Afghanistan. Het land steunt er ‘gematigde’ rebellen, die vaak de overstap maken naar Islamitische Staat of een andere terreurgroep.

De meeste mensen zijn het alweer vergeten, maar in Irak kozen de VS en Groot-Brittannië na de Eerste Golfoorlog voor een wurgend sanctieregime. Als gevolg daarvan kwamen zelfs medicijnen het land niet meer binnen waardoor meer dan één miljoen Irakezen stierven.

In 2003 viel de VS opnieuw Irak binnen. Er was volgens de toenmalige Amerikaanse minister Colin Powell namelijk ‘onomstotelijk bewijs’ dat er massavernietigingswapens lagen opgeslagen. Dat bewijs bleek later te zijn vervalst.

Collectief vooringenomen

Het moge duidelijk zijn dat Amerika in het Midden-Oosten geen enkele macht tolereert die andere belangen behartigt dan de westerse. Met het ingrijpen in Afghanistan, Syrië, Irak, Somalië, Jemen, Pakistan en Libië hebben de VS en zijn bondgenoten het verval van staten versneld en bijgedragen aan het versterken van radicale bewegingen, zegt Lüders.

“Het Westen heeft zijn terroristische dreiging voor een groot deel aan zichzelf te wijten,” legt hij uit.

De westerse politiek richting Israël is volgens de politicoloog ook fout. Hij stelt dat Hamas Israël niet wil vernietigen, dat het Israëlische nederzettingenbeleid de kern is van het conflict en dat het Westen eenzijdig partij kiest voor Israël.

Tot slot spaart Lüders, zelf ooit journalist bij de gerenommeerde krant Die Zeit, de westerse media niet. Die zijn volgens hem collectief vooringenomen en schetsen een verkeerd beeld van het Midden-Oosten.

Omslag:

Wie wind zaait rekent af met de westerse politiek, die graag claimt dat ze in het Midden-Oosten ‘waarde-georiënteerd’ optreedt, maar vooral verschroeide aarde achterlaat. Wie de huidige conflicten in het Midden-Oosten, zoals de opmars van ‘Islamitische Staat’, het atoomconflict met Iran of de oorlog in Syrië wil begrijpen moet zich in het verleden verdiepen.

In Wie wind zaait beschrijft Michael Lüders de westerse interventies in het Midden-Oosten sinds de koloniale tijd en legt verbanden met de huidige politieke situatie in de regio. Zijn boek leest als een thriller, maar beschrijft helaas de realiteit.

Zakelijke belangen, geo- en machtspolitiek en niet zozeer de invoering van democratieën zijn de ware redenen voor de westerse interventies in het Midden-Oosten. Voor veel moslims is deze dubbelmoraal een affront. Wie weten wil hoe in het Midden-Oosten alles met elkaar verband houdt, leest dit Zwartboek van de westerse politiek in de Oriënt.

De verhouding tussen Iran en het Westen is alleen te begrijpen wanneer we ons verdiepen in de omverwerping van de democratisch gekozen Iraanse minister-president Mohammed Mossadegh in 1953. Mossadegh had aangekondigd de Iraanse olie-industrie te nationaliseren.

Rond negentig procent van de in die tijd in Europa verhandelde aardolie kwam uit Iran en met de aangekondigde nationalisering kwam de monopoliepositie van Groot-Brittannië in het geding. Samen met de Verenigde Staten zetten zij de regering Mossadegh in een minutieus opgezette staatsgreep aan de kant.

Zonder deze coup was het nooit tot de Islamitische Revolutie in 1979 gekomen, die op haar beurt weer aanleiding was voor vele andere conflicten in de regio, waaronder de oorlog tussen Iran en Irak. Saddam Hoessein begon de oorlog weliswaar, maar had deze zonder de enorme steun uit het Westen nooit zolang kunnen voeren.

Westerse wapens en gifgas werden door hem ingezet tegen zowel politieke tegenstanders als tegen de Koerden. Pas toen Saddam Hoessein in 1990 het ‘Amerikaanse tankstation’ Koeweit bezette werd er geïntervenieerd. Zonder kennis van de geschiedenis naar de aanloop van de Irakoorlog laat zich de huidige situatie in het Midden-Oosten, waaronder het bestaan en succes van IS en de oorlog in Syrië niet verklaren.

[RD]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *