Meer corruptie in geïndustrialiseerde wereld dan in ontwikkelingslanden (OESO)

Wat de alternatieve media en haar lezers al lang weten, wordt nu eindelijk ook bevestigd door de OESO. Er is meer corruptie in geïndustrialiseerde wereld dan in ontwikkelingslanden.

In opkomende economieën wordt de strijd tegen corruptie volop aangescherpt maar helaas blijven veel Europese bedrijven nog steeds dit financieel risico negeren en zelfs dit systeem in leven houden. Dit heeft een grotere impact dan men soms denkt. Dit heeft op lange termijn dan ook dramatische gevolgen welke in een land als Griekenland vandaag reeds heel duidelijk zichtbaar is.

Toen enige tijd geleden de Britse farmaceutische gigant GlaxoSmithKline in China werd veroordeeld voor corruptie en een boete moest betalen van circa 380 miljoen euro, inclusief gevangenisstraf, was het duidelijk dat ook in China de grote garnalen niet langer meer weg zullen komen in de toekomst. Het land begint langzaam te beseffen dat de corruptie welke nu volop aanwezig is langzaam de ondergang kan vormen voor de welvaart van China. Honderden, zo niet duizenden functionarissen werden door de Chinese overheid reeds veroordeeld.

Vergeleken met Griekenland of Italië waar deze zaken ook schering en inslag zijn, is dit een enorm verschil. Daar ontsnappen de grote garnalen steeds meer terwijl Europa nochtans overal het toonbeeld wil verspreiden van een “ontwikkelde, betrouwbare en corruptie-vrij continent”.

Uit een recente studie van Control Risks, welke dergelijke zaken wereldwijd onderzoekt, blijkt dat voor vele bedrijven het moeilijk tot zeer moeilijk is om een correcte houding aan te nemen in opkomende markten. Er blijkt een verontrustend verschil te zijn tussen het gedrag in de praktijk in opkomende economieën en de zogenaamde anti-corruptie programma’s welke deze bedrijven in hun hoofdkantoor bedenken. Veelal wordt er moedwillige een oogje dichtgeknepen om zodoende snel en goedkoop marktaandeel te veroveren.

Corruptie in geïndustrialiseerde wereld alom tegenwoordig

Europa loopt gemiddeld gezien ver achter op de toplopers inzake corruptiebestrijding. Volgens onderzoek wordt er in Europa slechts 37% extra middelen ingezet tegen corruptiebestrijding, dit vergeleken met 48% in de Verenigde Staten. Een meerderheid van de internationaal opererende bedrijven is niet of onvoldoende voorbereid om onderzoek te verrichten naar de mogelijke omkoping van medewerkers.

Dit onderzoekt bevestigt de cijfers van het in december gepubliceerde rapport van de OESO omtrent buitenlandse omkoping. Hierin staat merkwaardig genoeg dat corruptie vaker voorkomt in reeds ontwikkelde economieën dan in ontwikkelingslanden. De meeste betalers en ontvangers van steekpenningen zijn afkomstig uit rijke landen volgens de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, gevestigd te Parijs.

“De meeste betalers en ontvangers van steekpenningen zijn afkomstig uit rijke landen” (OESO, Parijs)

Voor dit rapport werden meer dan 400 gevallen geanalyseerd. Hierbij werd er specifiek onderzoek gedaan naar buitenlandse ambtenaren sinds 1999, het jaar dat het OESO verdrag in voege trad. De OESO kwam hierbij consequent tot de conclusie dat corruptie meer voorkomt in reeds ontwikkelde landen. Dit in tegenstelling tot wat vaak wordt aangenomen.

Corruptie is een lange termijn verhaal

Volgens dit OESO-rapport worden de meeste steekpenningen betaald door grote bedrijven op internationaal niveau, meestal met kennis van het management. In de onderzochte gevallen waren deze steekpenningen zelfs goed voor ongeveer 11% van de totale transactiekosten. Dit omgerekend naar de gemiddelde projectgrootte toont aan dat dit bedrag ongeveer 14 miljoen dollar per project is. Daarbovenop zijn deze cijfers slechts “het topje van de ijsberg” volgens de OESO.

Het rapport van Control Risks laat echter ook optekenen dat volgens 16% van de bedrijven het zelfs onmogelijk is om te handelen zonder het geven van steekpenningen. De werkelijke omvang van deze internationale corruptie met behulp van corrupte transacties is als gevolg van de complexe structuur moeilijk in te schatten.

Bijna 60% van de corruptie is terug te brengen tot slechts 4 sectoren. Namelijk de extra-actieve industrie (19%), de bouw (15%), transport en logistiek (15%) en communicatie (10%). De personen welke het meest worden omgekocht zijn veelal medewerkers van staatsbedrijven. Daarnaast zijn ook douanebeambten, medewerkers in de gezondheidssector en regeringsleiders het doelwit van omkoping. In bijna  41% van de gevallen werd de omkoping goedgekeurd door leidinggevenden en in 12% was ook het management van het bedrijf rechtstreeks betrokken.

Situationele vs structurele corruptie

Er moet een verschil gemaakt worden tussen situationele en structurele corruptie. Situationele corruptie kan als spontaan beschouwd worden zonder lange voorbereiding. Vergeleken met structurele corruptie is dit minder ernstig maar kan dit makkelijk aanleiding geven tot repetitief gedrag. De structurele corruptie gaat uit van gedetailleerde planning op lange termijn. Helaas is deze laatste verantwoordelijk voor bijna 86% van de gevallen welke dan ook diepe sporen nalaat in de economie van de desbetreffende landen.

Een reden waarom de opgestelde regels, in zoverre deze reeds bestaan, niet werken komt mede doordat de personen welke deze corruptie moeten bestrijden veelal uitgerust zijn met krappe budgetten. Ook onderschatten veel bedrijven de omvang van de bedreiging en de kosten welke hiermee gepaard kunnen gaan bij het betrapt worden.

Een mooi voorbeeld hiervan is de farmaceutische gigant GlaxoSmithKline welke betrapt werd op het meewerken aan corruptie sinds 2007. Het bedrijf mag een bijkomende kost van bijna 380 miljoen euro in de boeken noteren bovenop de reeds gegeven steekpenningen (welke ongeveer 365 miljoen euro bedroegen). Het vestigde een breed systeem van corruptie welke door de Chinese wetshandhaving allerminst goed ontvangen werd.

Wereldwijd groeit de vraag van regeringen en bedrijven om iets te doen tegen de hoge graad aan corruptie, zelfs in landen waar de regelgeving en wetshandhaving zwak is. In vergelijking met de Verenigde Staten loopt Europa achter met anti-corruptiemaatregelen. Er bestaan bijvoorbeeld Amerikaanse wetten welke de omkoping van buitenlandse ambtenaren strafbaar maakt, iets wat niet in elk Europees land het geval is.

Zwarte economie in Europa

In de onderstaande wereldmap is visueel zichtbaar gemaakt in welke mate landen niet corrupt (lage score) of wel corrupt (hoge score) zijn.

corruptie1

Bekijken we Europa meer gedetailleerd dan zijn er wel grote verschillen merkbaar waardoor de cijfers van het OESO-rapport enigszins genuanceerd moeten worden. Afgaande op cijfers van 2014 is hierbij dat de Scandinavische landen wereldwijde voorbeelden zijn terwijl een land de Zuiderse Europese landen hier opvallend slechter scoren.

Wereldwijd is Denemarken koploper met amper merkbare corruptie. De Verenigde Staten welke in het OESO rapport vaak wordt aangehaald als voorbeeld staat slechts 17e met een score van 74.

corruptie2

Eurozone

Wat ook pijnlijk duidelijk is met bovenstaande data, is het grote verschil binnen de Eurozone. Hieruit kan men enkel afleiden dat één economische zone met dergelijke grote verschillend amper werkbaar is. Zuiver strategisch bekeken zou de Eurozone een combinatie moeten zijn van de Scandinavische landen, de Benelux, Duitsland, Oostenrijk. Dit eventueel aangevuld met Zwitserland en IJsland. Economisch gezien liggen ook de belangen van deze landen vrij dicht bij elkaar waarbij een sterke munt zonder problemen kan gedragen worden. In het verleden is er geen enkel economisch blok blijven overleven met dergelijke grote verschillen, de vraag is enkel nog wanneer de huidige eurozone ten einde zal lopen.

Bronnen:

http://welt.de

http://www.wikipedia.org

http://www.controlrisks.com

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *