Men trekt beerput RK kerk verder open, houdt deksel Demmink-doofpot angstvallig dicht

Men trekt beerput RK kerk verder open, houdt deksel Demmink-doofpot angstvallig dicht

T2W staat zich voor op een ambitieuze journalistieke missie. “We helpen de lezer zijn of haar mening te vormen … door … de juiste feiten aan te reiken, die in hun context te plaatsen en te analyseren en die scherp te becommentariëren.” Deze week uit zich dit in een stuk van Joep Dohmen, getiteld “Ook in Nederland hielden bisschoppen en kardinalen misbruik in stand”. Getuigt deze stoere opstelling nu van moedige journalistiek? Of is het laf opportunisme?

Er kan nauwelijks bezwaar tegen worden gemaakt dat T2W misbruikers aan de schandpaal nagelt. Echter, nog maar 6 van de 20 beschuldigden zijn in leven. Het motto ‘over de doden niets dan goeds’ vindt men blijkbaar achterhaald. Al worden de 6 nog levenden uit het lijstje –Simonis, Bär, Van Luyn, Wiertz, Hurkmans en De Groot– evenmin gespaard. En memoreert Dohmen dat oud-kardinaal Simonis zich tot collectieve verontwaardiging in een uitzending van Pauw in 2010 nog van alle beschuldigingen wilde afmaken met een “Wir haben es nicht gewusst.”Afbeeldingsresultaat voor kardinaal simonis

De ene beerput open, de andere doofpot dicht
men trekt zo de beerput over de RK kerk met enig gevoel voor theater nog wat verder open, geïnspireerd door de recente onthullingen over kerkelijk misbruik in de Verenigde Staten. Vorig jaar deed de krant in de zaak-Demmink echter precies het tegenovergestelde. Toen was men de Nederlandse regering en de top van Justitie graag ter wille door het deksel op de Demmink-doofpot stevig dicht te duwen.

Hoe opgelucht schreef NRC-columnist Frits Abrahams ruim een jaar geleden over de Demmink-zaak: “Demmink is uiterlijk bewonderenswaardig rustig gebleven onder alle loze beschuldigingen.” ‘Loze’ beschuldigingen die onder ede werden bevestigd door oud-rechercheurs en justitie-ambtenaren, getuigen en slachtoffers, en die werden onderbouwd door officiële documenten waarover wanhopig verwarring werd gesticht. men had alle gelegenheid om in de Demmink-zaak de waarheid boven tafel te krijgen. De krant was ooit de eerste die schreef over het extravagante declaratiegedrag van de toenmalige secretaris-generaal van Justitie. Maar deze journalistieke moed was blijkbaar te veel gevraagd.

Alarmbellen
Terwijl de alarmbellen jarenlang achtereen bleven afgaan, was NRC getuige van alle uiterst ernstige en geloofwaardige beschuldigingen aan het adres van Demmink. Echter, na eerst plaatsing van de advertenties van Jan Poot te weigeren heeft de krant op enig moment ook maar besloten de Justitietop te helpen de doofpot te sluiten. De RK kerk wordt inmiddels blijkbaar weerloos beschouwd, een willig slachtoffer. Daarentegen heeft T2W in de Demmink-zaak de oren laten hangen naar Justitie, waar de schandalen zich nota bene jarenlang aaneen regen. De laatste publicaties waren getiteld ‘De onschuld van Demmink’ en zelfs ‘Moet de krant excuses maken aan Joris Demmink?’.

Op een dag –maar niet eerder dan dat Demmink dood is en niet langer eregast op de recepties van hooggeplaatste vrindjes, en als ook Jan Wolter Wabeke zijn functie van (nog altijd) Raadsheer bij het Hof heeft verruild voor het eeuwige ( beiden kwamen als verdachte naar voren in het zgn. Rolodex-onderzoek)– zal de krant mogelijk alsnog opnieuw excuses moeten maken. Als dan eindelijk doordringt dat alle aantijgingen wel degelijk op waarheid berusten, komt de men niet weg met “Wir haben es nicht gewusst”.

Het rapport van onderzoeksjournalist Micha Kat
In de weken dat dit rapport tot stand komt wordt de wereld opgeschrikt door het schandaal van het kindermisbruik binnen de katholieke kerk. Met name de directe betrokkenheid van hooggeplaatste functionarissen in de kerkelijke hierarchie bij het misbruik leidt tot felle discussies en emoties. In essentie kan de reactie vanuit het Vaticaan op de golf van schandalen worden omschreven als: kill the messenger. Vaticaan richt pijlen op media Rome,

Een week later werd hier zelfs nog een schepje bovenop gedaan als de onthullingen over het kindermisbruik binnen de kerk worden vergeleken met antisemitisme. Hiermee wordt dus gesuggereerd dat het journalistieke en historische onderzoek naar feitelijke delicten gepleegd door met naam en toenaam geïdentificeerde geestelijken op een lijn staat met de grootste haat- en lastercampagne uit de geschiedenis die geen enkele feitelijke grondslag kende maar wel leidde tot de Holocaust.

Deze reflex doet sterk denken aan de reactie vanuit het Nederlandse Justitiële pedofielen-netwerk richting de media die de zedendelicten gepleegd door Joris Demmink wilden openbaren.

Zowel de kerkelijke als de justitiële pedo-netwerken bestaan uit mensen die zich maatschappelijk onkwetsbaar kunnen (of konden) wanen omdat zij de dekking genoten van organisaties met een grenzeloze macht die bovendien bereid is alle middelen in te zetten om reputatieschade te voorkomen. Organisaties bovendien die een ‘heilige missie’ uitvoeren: het dienen van God en het dienen van vrouwe Justitia. Door de heiligheid van deze missies lijken de ‘leden’ van deze organisaties zich bovendien ook moreel onkwetsbaar te kunnen voelen: wie God dan wel de rechtstaat dient, mag die zich niet meer permitteren dan een bakker of een fietsenmaker?

Vanuit deze posities van maatschappelijke en morele ‘onkwetsbaarheid’ ontwikkelden zich kringen van pedofielen die kinderen hebben misbruikt waarbij nog een opvallende parallel aan de orde is: beide organisaties beschikken over systemen die ze in staat stelt hun eigen kinderen ‘aan te leveren’. De katholieke kerk kent immers haar internaten, scholen en vakantie-kampen, Justitie haar pleeggezinnen en uithuisplaatsingen. Het privé-adres van Joris Demmink kwam voor op de lijst van adressen (‘kinderopvangregister’) waar de kinderopvang Den Haag kinderen heen kon sturen als deze niet langer konden verkeren bij hun natuurlijke ouders.

Dit rapport beschrijft feiten en omstandigheden rond een Nederlands netwerk van hooggeplaatste pedofielen met als kern een hechte groep top-mensen binnen Justitie. Joris Demmink speelt in deze rapportage een centrale rol. Als Secretaris- Generaal van het Ministerie van Justitie is hij een van de machtigste mensen van Nederland en rust op hem een enorme verantwoordelijkheid op de cruciale terreinen van wetshandhaving, opsporing en vervolging. In veel opzichten is de machtspositie van Demmink in Den Haag te vergelijken met die van de Paus in Rome. Maar net als de Paus heeft Joris Demmink zijn machtspositie misbruikt en niet ingezet ten bate van het collectief, maar ter bescherming van een criminele elite-groepering. Maar daar komt nog wat bij: van Demmink staat vast –die conclusie verbindt de auteur althans aan deze rapportage- dat hij zelf kinderen misbruikt. Van de Paus is zulks nooit vastgesteld.