Pas op als EU-voorstellen zogenaamd nog lang op zich laten wachten

De anonieme lobbyist weet: wat er ook gebeurt, er komen altijd meer EU-regels

Uw verslaggever ontmoet de anonieme lobbyist in een drukke lunchgelegenheid in de Brusselse Europawijk. Hij wil net als veel andere onbekende Nederlanders in Brussel absoluut anoniem blijven. Toch legt hij daar meer nadruk op dan anderen. Hij was in een vorig leven ambtenaar bij de Nederlandse Rijksoverheid. Daar mag hij eigenlijk niets over vertellen. Zo zien we direct een verschil tussen Den Haag en Brussel: in Brussel zijn ambtenaren wel aanspreekbaar – ook voor deze rubriek – in Den Haag niet.

Inmiddels is de voormalige ambtenaar lobbyist in Brussel. Hij lijkt juist door zijn jarenlange aanwezigheid in Den Haag goed in staat de belangrijkste vraag over de EU te beantwoorden: hoe komt het dat er zoveel EU-beleid is? Waar en wanneer ontstaat dat? De lobbyist geeft een eenvoudig antwoord: er wordt al in een heel vroeg stadium “voorgesorteerd” op EU-beleid. Als er eenmaal is voorgesorteerd, kom je niet meer van dat voornemen af. Dat voornemen wordt in de regel ook altijd uitgevoerd.

Wat gebeurt er vóór een Commissievoorstel?

De EU is volgens deze lobbyist een fuikmodel. Het ligt voor de hand bij het ontstaan van EU-beleid te kijken naar het voorstel wat wordt gedaan door de Europese Commissie. In Nederland kan de Tweede Kamer een uitspraak doen over dat voorstel en vervolgens onderhandelt Nederland in Brussel er met de andere lidstaten over. Ook het Europees Parlement praat mee. Maar dit formele besluitvormingsproces mist volgens de lobbyist de essentie: wat gebeurt er voordat de Europese Commissie met een voorstel komt?

Er bestaan drie stappen: de Europese Commissie begint met een groenboek waarin een breed beeld wordt gegeven van een beleidsveld. In het daarop volgende witboek is de analyse van de Europese Commissie al aanzienlijk smaller, waarna er pas een echt voorstel komt. Deze drie documenten worden potentieel allemaal in de Tweede Kamer besproken, maar die discussies hebben weinig zin, aldus de lobbyist: algemene, brede notities leveren brede commentaren op.

Het lijkt ver weg, maar…

De tijdsfactor is hierbij essentieel. Vroege, brede voorstellen van de Europese Commissie lijken niet belangrijk. Bij een groenboek of een witboek is er nog maar weinig concreet en ligt het dus niet voor de hand om daartegen in verzet te komen. Critici van deze voorstellen en rapporten krijgen te horen dat ze niet moeilijk moeten doen: er zijn nog heel veel voorwaarden waaraan voldaan moet worden, er is nog niets concreet en er is nog een lange weg te gaan. Niets aan de hand dus.

De Tweede Kamer kan zo nauwelijks richting geven: in het begin is het voorstel te algemeen, later is het te specifiek: er is al voorgesorteerd. Een andere lobbyist vertelde dat eerder al: als je een voorstel wilt veranderenmoet je er vroeg bij zijn. De Tweede Kamer is altijd te laat, want er heeft al een heel ambtelijk proces plaatsgevonden voordat er ooit een groenboek, witboek of beleidsvoorstel op tafel ligt. De Tweede Kamer kan uiteindelijk het voorstel proberen te wijzigen, maar dat is in een later stadium juist heel moeilijk. De essentie ligt dan al vast en de discussie gaat alleen nog over details.

Het dilemma van het nee-zeggen

Zo komen we op het dilemma van nee-zeggen. Landen kunnen in het EU-systeem eigenlijk geen nee zeggen tegen voorstellen. Meestal is er meerderheidsbesluitvorming: landen kunnen dan het beste gewoon blijven meepraten, ook als het niet de door hen gewenste kant op gaat. Als ze niet meepraten wordt het waarschijnlijk alleen maar erger. Als er wel unanimiteit nodig is – en dat gebeurt steeds minder – is een nee alleen in theorie een optie omdat je daar meteen een politieke prijs voor betaalt. Dan kun je het vergeten dat men de volgende keer jou je zin heeft.

Ambtenaren van de Europese Commissie denken in Europese oplossingen, meldt de lobbyist en dus komen er in Brussel voor elk probleem ook Europese oplossingen. Als zo’n voorstel eenmaal bij de Tweede Kamer ligt, krijg je die Europese focus er niet meer uit. Het beste wat mogelijk is, dat er minder strenge regels komen dan de bedoeling was. De lobbyist lacht: “Verplichtende verordeningen worden richtlijnen waarbij alleen de doelen vastliggen. En als een richtlijn te streng is, krijg je een kaderrichtlijn, die nog vrijblijvender is. Maar een stap richting meer EU blijft het.”

Bron

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *