VN-klimaatrapport: Radicale omslag in menselijk landgebruik nodig

VN-klimaatrapport: Radicale omslag in menselijk landgebruik nodig

Om klimaatverandering te stoppen, de menselijke voedselvoorziening veilig te stellen en de resterende biodiversiteit te beschermen is een radicale omslag in menselijk landgebruik noodzakelijk. Dat is de voornaamste conclusie van een nieuw rapport over de wisselwerking tussen klimaatverandering en menselijk landgebruik, dat donderdag in Genève wordt gepresenteerd door VN-klimaatorganisatie IPCC.

In het rapport, dat rond 10.00 uur wordt gepresenteerd, maar waarvan de conclusies al uitlekten, wordt gewaarschuwd voor grote gevolgen voor de landbouw en de wereldwijde voedselvoorziening door onder andere toenemende verwoestijning.

Klimaatverandering en onduurzaam landgebruik versterken elkaars effect en zorgen voor ‘degradatie’ van landbouwgronden, waardoor de gemiddelde voedselproductie per hectare dreigt af te nemen.

Tegelijk is intensief menselijk landgebruik ook een groeiende bron van klimaatverandering. Dat landgebruik wordt voornamelijk aangedreven door de veranderende vraag naar voedsel. Zo leidt wereldwijd toenemende vleesconsumptie via een groeiende vraag naar veevoer tot grootschalige ontbossing. Die ontbossing is een belangrijke bron van CO2, net als drainage van veengebieden ten behoeve van landbouw.

Tezamen is dit landgebruik volgens cijfers uit her rapport verantwoordelijk voor 23 procent van de menselijke uitstoot van broeikasgassen.

Volgens het IPCC is het daarom noodzakelijk om in de strijd tegen klimaatverandering niet alleen te kijken naar de uitstoot van vervoer, industrie en de energiesector, maar om er ook voor te zorgen dat het menselijk landgebruik duurzamer wordt.

Gezonde bodems als oplossing
Naast verandering van de voedselvraag, zit een deel van de oplossing in duurzamer bodemgebruik. Bij overexploitatie kunnen landbouwgronden broeikasgassen als CO2, methaan en lachgas uitstoten, terwijl bij duurzaam bodemgebruik akkergronden juist netto broeikasgassen kunnen opnemen.

Gezonde bodems kunnen bovendien langer voedsel produceren, doordat uitputting wordt voorkomen. Het rapport beschrijft de huidige situatie als “een ongekende exploitatie” van de natuurlijke rijkdommen van de aarde. Doordat dit leidt tot ‘landdegradatie’ in agrarische gebieden zijn steeds grotere oppervlakten landbouwgrond nodig, om te voorzien in de stijgende voedselvraag. De mens heeft volgens het IPCC inmiddels 72 procent van het beschikbare landoppervlak op aarde intensief in gebruik.

Omdat deze landhonger leidt tot de vernietiging van resterende natuurgebieden is de omslag in landgebruik volgens het IPCC niet alleen noodzakelijk in de strijd tegen klimaatverandering, maar ook voor het behoud van de aardse biodiversiteit. Eerder dit jaar waarschuwde een ander VN-rapport dat wereldwijd inmiddels een miljoen soorten met uitsterven worden bedreigd. Toenemend menselijk landgebruik is daar volgens het rapport de voornaamste oorzaak van.

Biobrandstoffen zijn twistpunt
Een ander pijnpunt dat het nieuwe IPCC-rapport adresseert is de mogelijk sterk groeiende vraag naar landbouwgronden voor de productie van biobrandstoffen. Dit concurreert met de voedselvoorziening voor de groeiende wereldbevolking en vormt zo een extra drijvende kracht achter ontbossing en habitatvernietiging. Het is daarom zeer de vraag of met biobrandstoffen klimaat- en milieuwinst geboekt kan worden.

Rondom de lancering van het rapport is op het kantoor van de Wereld Meteorologische Organisatie in Genève een klimaatconferentie gaande. Landen met grote resterende bosoppervlakken, zoals Canada en Brazilië, pleiten er tijdens deze VN-gesprekken voor om biobrandstoffen een grotere rol te geven in internationaal klimaatbeleid. Landen die juist te maken hebben met droogte en verwoestijning zijn daar fel op tegen.

Andere plannen voor aanvullende aanpak van klimaatverandering pleiten juist voor grootschalige herbebossing op aarde. Ook daar is veel grond voor nodig: een miljard hectare, zo schreven Zwitsere onderzoekers vorige maand.

Werkwijze van het IPCC
Het Intergovernmental Panel on Climate Change is in 1988 opgericht door de VN om alle beschikbare kennis over klimaatverandering samen te brengen en te presenteren aan onder anderen beleidsmakers. De VN-organisatie publiceert om de zes tot negen jaar een grote samenvatting van wetenschappelijke literatuur over klimaatverandering. In totaal zijn vijf van dergelijke zeer omvangrijke rapporten gepubliceerd, de laatste in 2013.

In de tussentijd verschijnen kleinere rapporten over specifieke deelthema’s, zoals het donderdag verschenen rapport over klimaatverandering en landgebruik. In 2018 verscheen een soortgelijk ‘special report’ over beperking van de opwarming tot anderhalve graad.

Zevenduizend onderzoeken
De officiële titel van het nieuwe rapport is het Special Report on Climate Change and Land (IPCC SRCCL) en heeft aparte delen over andere over verwoestijning, landdegradatie, duurzaam landgebruik, voedselzekerheid en de opname en uitstoot van broeikasgassen door ecosystemen op land. Meer dan honderd wetenschappers uit 52 landen hebben er twee jaar lang aan gewerkt.

Het rapport is gebaseerd op een totaal van zevenduizend klimaatstudies die door middel van peerreviews tot stand zijn gekomen en er zijn ruim 28.000 commentaren van expert-reviewers in verwerkt.

In september verschijnt opnieuw een deelrapport van het IPCC over een specifiek klimaatthema. Dat rapport gaat over de gevolgen van klimaatverandering voor ijskappen en oceanen. Pas in 2022 verschijnt het eerstvolgende volledige IPCC-klimaatrapport.